Een impuls voor de poëzie: lezerstypen als handvatten voor het onderwijs

Hans Das, Greijdanus College Zwolle

Poëzieonderwijs wordt vaak gezien als iets lastigs. Als er weinig tijd is gooien docenten gedichten als eerste overboord. Poëzie lijkt het stiefkindje van het literatuuronderwijs te zijn. Dat is misschien niet eens zo vreemd: er is weinig bekend over hoe leerlingen poëzie lezen. Wat weet jij over hun opvattingen, hun voorkeuren en over hoe zij omgaan met een gedicht? Wat moet een leerling op welk moment eigenlijk kunnen en weten?

Omdat ik zelf het poëzieonderwijs een worsteling vond, besloot ik mij enkele jaren geleden vast te bijten in dit onderwerp. Ik wilde te weten komen of er poëzielezerstypen bestaan. Ik werkte samen met expertdocenten, interviewde bijna 40 leerlingen, die ook gedichten hardop denkend lazen; 4417 leerlingen vulden een vragenlijst in. Deze databerg stelde mij in staat om verschillen in houding, opvattingen, voorkeuren en leesgedrag uit te werken. 

Tijdens de workshop maak je kennis met mijn promotieonderzoek en met de belangrijkste resultaten ervan. We bespreken wat we kunnen leren van de opvattingen, houding, voorkeuren en het leesgedrag van leerlingen. Daarnaast krijg je aanwijzingen voor de keuze van gedichten en bespreken we werkvormen die in de klas aanslaan.